| |
|
|
 | |  | door Rein Stam zaterdag 25 oktober 2008 |  | In deel I van vorige week stond dat er op
Texel, als uitvalshaven van de walvisvaart,
als vanzelf walvisvaarders kwamen wonen.
Door walvisvaartdeskundige bij uitstek, Ine-
ke Vonk-Uitgeest, werd uw redacteur erop
gewezen dat het niet juist weergegeven is.
Er kwamen geen specialisten voor de wal-
visvaart van de vaste wal op Texel wonen.
Texelaars gingen gewoon in het zomersei-
zoen voor hun werk ter walvisvaart.
Zoals vaak paste de Texelaar zich dus aan
aan de behoefte die er was: schepen die op
de Rede lagen en personeel nodig hadden.
Verder wees Ineke Vonk erop dat bij de eer-
ste reis ter walvisvaart in 1612 ook een
Texelaar aan boord van een schip was.
Commandeurs woonden er ook op Texel.
Een commandeur was vroeger een gezag-
voerder of bevelhebber op de marinevloot.
Een gezagvoerder op een walvisvaarder
werd vroeger ook commandeur genoemd.
Op Texel woonden in 1742 negen comman-
deurs, zoals blijkt uit een ‘kohier voor de
personele quotisatie’ (een soort belasting).
De namen van die commandeurs komen we
nog altijd op Texel tegen: Smit, Daalder en
Kuyper uit Den Hoorn, en Dogger uit Oost.
Timmer uit Oosterend en Huysman uit Ou-
deschild. De namen Neeff uit De Koog en
Potter uit Oudeschild kennen we niet meer.
Na 1742 nam het aantal commandeurs op
Texel toe. In 1761 woonden er zelfs al 16.
Dat aantal nam in 1765 toe tot 18. De reders
die de schepen in eigendom hadden, kwa-
men o.a. uit Waterland en de Zaanstreek.
Dorpen als Jisp, De Rijp en Graft telden ver-
schillende reders; moeilijk voor te stellen
als je die dorpjes in de huidige tijd beziet.
Jacob Kok, in dienst van een Rijper rederij,
voerde het bevel op “’t Lant van Beloften”.
|  |
|

|
| (c) Texelse Media. Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever is het niet toegestaan informatie, beeldmateriaal, foto's, nieuwsberichten en/of berichtgevingen die verstrekt worden via Texel-Plaza op enigerlei wijze te verspreiden, in welke vorm dan ook. |
|
| |      |