| |
|
|
 | |  | door Rein Stam zaterdag 29 november 2008 |  | In deel VI van deze reeks, vorige week ge-
publiceerd, kwam de term schieman voor
en lezers vroegen zich af wat dat was/is.
Een schieman was in de “zeiltijd” een rang
aan boord. Hij was onderofficier en stond in
de rangorde direct onder de bootsman.
Zeilschepen waren bijzonder arbeidsinten-
sief en de taken waren goed verdeeld.
De schieman was belast met het tuig van de
fokkemast, de schiemansmaat hield zich
bezig met het tuig van de boegspriet.
De bootsman had de leiding over de grote
mast, de bootsmansmaat over de bezaan.
De matrozen die aan boord van de zeilsche-
pen ondergeschikt waren aan de schieman-
nen, werden schiemansgasten genoemd.
De benaming schieman was een verbaste-
ring van “schimman”, in de betekenis van
schim of schaduw van de hoogbootsman.
Hiervan afgeleid was het werkwoord “schie-
mannen”: het werken met touw of staal-
draad, het maken van knopen en splitsen.
Tegen het rafelen van een touweind of tamp
werd het “schiemansgaren” gebruikt.
Terug naar de walvisvaart: de fel bejaagde
Groenlandse walvis hield zich voornamelijk
in leven met copepods (=zoöplankton).
Deze voedzame plankton bevond zich voor-
namelijk onder de randen van het poolijs.
Zodoende hadden de walvisvaarders hun
jachtgebied dan ook altijd in en rond het ijs,
een bijzonder gevaarlijke plek voor de jacht.
|  |
|

|
| (c) Texelse Media. Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever is het niet toegestaan informatie, beeldmateriaal, foto's, nieuwsberichten en/of berichtgevingen die verstrekt worden via Texel-Plaza op enigerlei wijze te verspreiden, in welke vorm dan ook. |
|
| |      |