| |
|
|
 | |  | door Bart Bosch zaterdag 7 maart 2009 |  | In 1987 vond Hans Eelman nabij de Vlieter,
ten oosten van Oudeschild, een wrak.
Hij trof een geel ovensteentje, het restant
van een glazen fles en een al aangetaste ka-
nonskogel aan. Die laatste was belangrijk.
De kogel had een doorsnede van 16 cm en
dat was bepaald niet van een gemiddelde
koopvaarder uit de geschatte tijd.
Eelman deed onderzoek in het Dreg III-wrak-
kenregister en daaruit bleek dat zich daar in
1757 een scheepsramp had afgespeeld.
In 1756 werd scheepsbouwmeester Baes in
Hoorn opgedragen een fregat te bouwen.
Opdrachtgever voor dit 36 meter lange oor-
logsschip was de Admiraliteit van het Noor-
derkwartier en West-Friesland.
De aanneemsom bedroeg ƒ 43.214,- en het
fregat kreeg de naam ‘Oranjewoud’.
Op zijn ‘maidentrip’ voer het schip leeg van
Enkhuizen naar Wieringen. Daar werd bal-
last ingenomen: kruit, kanonnen en water.
Het 10,34 m brede schip had een diepgang
voor van 15 voet en achter van 16,5 voet.
Op 8 juli 1757 werd koers gezet naar Texel.
Het was ’s morgens prachtig weer met een
bramzeilkoelte van 3 WZW ten westen.
Omstreeks 13.00 uur ontdekte de beman-
ning dat het voorschip begon te zinken wat
aan boord een lichte paniek veroorzaakte.
Onmiddellijk werden zware voorwerpen als
ankers en kanonnen overboord geworpen,
maar dat had geen enkel positief resultaat.
Binnen een halfuur verdween het fregat in
de diepte. Van de 200 bemanningsleden
overleefden er 106 de enorme ramp niet.
Lang werd er gegist naar de oorzaak van
het snelle zinken van de ‘Oranjewoud’’.
Men veronderstelde dat de scheepsbouw-
meester Baes de ‘loggaatjes’ vergeten was,
dan wel dat deze verstopt waren.
|  |
|

|
| (c) Texelse Media. Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever is het niet toegestaan informatie, beeldmateriaal, foto's, nieuwsberichten en/of berichtgevingen die verstrekt worden via Texel-Plaza op enigerlei wijze te verspreiden, in welke vorm dan ook. |
|
| |      |