| |
|
|
 | |  | door Rein Stam zaterdag 9 mei 2009 |  | Doordat de Krijnens stug doorvisten en zich
ook niet op één vissoort concentreerden,
groeide het bedrijf staag door.
Andere Oudeschilders hadden na het ver-
lies van de garnalenvangst door het afslui-
ten van de Zuiderzee geen toekomst meer.
Het enige vooruitzicht was bij een ander te
gaan werken voor twaalf gulden per week.
Dat was geen optie voor vader Dirk en zoon
Fulps en de tijd gaf hen achteraf gelijk.
In 1907 liet vader Dirk een nieuw schip van
45 voet bouwen en droeg het bedrijf twee
jaar later, op Fups 17e jaar, aan hem over.
Vanaf toen viste hij samen met knecht Kees
Kooiman, die tot de komst van een stalen
schip in 1930 trouw bij hem bleef varen.
Ondanks de crisistijd van de jaren dertig
durfde Fulps het aan om een ijzeren kotter
met een motor van 80 pk. aan te schaffen.
Door een tip van een vriend haalde hij het
schip precies op tijd: vlak nadat ze wegvoe-
ren, werd beslag gelegd op de werf.
Na zes jaar kwamen Fulps en zijn zoon Dirk
tot de conclusie dat ze groter moesten…
Er verschenen al kotters met motoren van
100 pk en de Krijnens wilden niet achterblij-
ven; ze maakten zelfs gebruik van de crisis.
Ook voor de werven was het een slechte
tijd. Krijnen toog naar Woubrugge waar
scheepswerf Boot in problemen verkeerde.
De bestelde kotter werd de redding voor de
werf: voor ƒ 23.500,- leverden zij een schip.
Met die kotter, met een voor die tijd enorme
motor van 150 pk, kon Krijnen weer voort.
Al die schepen en scheepjes vormden van-
af de jaren zeventig de basis voor de komst
van mooie, grote kotters met veel pk’s.
Krijnen stierf met de mooie gedachte dat
zijn inspanningen mede hadden geleid tot
de welvaart van eertijds arme visserlui.
|  |
|

|
| (c) Texelse Media. Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever is het niet toegestaan informatie, beeldmateriaal, foto's, nieuwsberichten en/of berichtgevingen die verstrekt worden via Texel-Plaza op enigerlei wijze te verspreiden, in welke vorm dan ook. |
|
| |      |