| |
|
|
 | |  | door Rein Stam zaterdag 13 juni 2009 |  | Zes jaar geleden werd in deze rubriek het
verhaal verteld van de twee strandingen in
1932 van het Deense jacht de ‘Astrid’.
Het ongeluksschip strandde binnen één
week eerst bij Schiermonnikoog en vier
dagen later op Texel tussen paal 8 en 9.
Aan boord bevonden zich (officieel) de
schipper, zijn vrouw en twee opvarenden.
Het jacht was verloren en de schipper ver-
kocht het aan de oude Jan Agter (de vader
van ‘Oebele’) voor slechts honderd gulden.
Uit de memoires van Mees Toxopeus, de
beroemde reddingbootschipper en broer
van Klaas, bleek echter iets heel anders…
Mees kreeg op 26 juli 1932 bericht dat er
een jacht was gestrand in het Pinkegat.
Het schip lag erg scheef en het was laag
water, dus dreigde gevaar bij opkomend tij.
Met de reddingboot ‘Insulinde’ ging men er
op af en aan boord trof men een bankdirec-
teur, een officier, een kok en een schipper.
Verde waren er twee ‘dames’ uit Kopenha-
gen en Cuxhaven, die volgens Toxopeus
‘van de lichte zeden waren, zeg maar’.
Ze waren alle zes ladderzat en weigerden
het schip te verlaten. Sterker nog: de red-
dingbootlui werden keihard uitgelachen.
De ‘Insulinde’ bleef in de buurt en toen het
hoogwater werd, gingen ze nog eens kijken.
‘In de kajuit lagen twee dames en twee he-
ren poedelnaakt, de kok met een fles drank
en de schipper, allemaal in diepe slaap’.
Het water stond tot aan de rand en bijna
was het schip volgelopen. Na ontwaken
wilde één van de dames graag van boord.
De dame werd aan een katholieke instelling
overgedragen, het jacht kwam vlot en op
Texel ging het weer helemaal fout.
Volgens Mees kocht een Helderse man het
wrak, maar Agter was een echte Texelaar…
|  |
|

|
| (c) Texelse Media. Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever is het niet toegestaan informatie, beeldmateriaal, foto's, nieuwsberichten en/of berichtgevingen die verstrekt worden via Texel-Plaza op enigerlei wijze te verspreiden, in welke vorm dan ook. |
|
| |      |