| |
|
|
 | |  | door Rein Stam zaterdag 10 oktober 2009 |  | Vlieland was begin 20e eeuw niet meer dan
een zeewering voor de Friese kusten.
Vervoer naar het eiland was er niet in de vorm
van een veerboot; aan de westzijde ging de
postvlet naar het Texelse Eierland.
In het oosten voer de ‘Terschelling’ van Zur
Mühlen als het mogelijk was. Zo niet dan de
‘Bruinvisch’, een bergingsblazer.
Vlieland had te weinig inwoners om inte-
ressant te zijn voor een eigen veerdienst.
Tot het fenomeen ‘inkomstenbron toerisme’
de kop opstak, die het bestaan van een
eigen bootdienst rechtvaardigde.
Vreemd genoeg heeft Vlieland zijn toerisme
te danken aan de inspanningen van een
Texelaar: Nanning Willem Duinker.
Duinker zag op 19 februari 1864 ’s morgens
om 4 uur het levenslicht in Oudeschild als
tweede in een rij van zes kinderen.
Zijn grootmoeder Johanna Rechlien deed de
aangifte, omdat zijn vader op zee was.
Opa Nanning Kikkert was ook mee naar het
gemeentehuis, zodat wel duidelijk is naar
wie Nanning Duinker vernoemd is.
Nanning was de oudste zoon. Hij had één
oudere zus; na hem werden er nog twee
jongens en twee meisjes geboren.
Duinker ging, zoals vele Texelaars, al jong
varen. In een notitieboekje schreef hij: “13
jaar, 19 februari. Gaan varen.”
“Eerste reis met vader en Klaas. Verder ge-
regeld gevaren, zoo het gehele land door.”
Op zijn 16e maakte hij zijn eerste reis als
schipper van Zwartsluis naar Texel. Met als
enige opvarende een maatje van 16 jaar.
Ondanks de jeugdige bemanning en erg
slecht weer bracht hij het schip van Klaas
plus de bemanning heelhuids naar huis.
Op zijn 19e werd Nanning schipper op de
tjalk van zijn oom Cornelis.
|  |
|

|
| (c) Texelse Media. Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever is het niet toegestaan informatie, beeldmateriaal, foto's, nieuwsberichten en/of berichtgevingen die verstrekt worden via Texel-Plaza op enigerlei wijze te verspreiden, in welke vorm dan ook. |
|
| |      |