| |
|
|
 | |  | door Rein Stam zaterdag 19 december 2009 |  | Het gebied waar de TX35 die noodlottige dag
viste, lag vlakbij een door de Marine aange-
geven dieptebom-oefengebied.
De treklijnen waarlangs de kotter voer lie-
pen echter ruim (0,3 mijl) verwijderd van het
gebied en er werd ook niet geoefend.
De Hr.Ms. ‘Drenthe’, die in de buurt voer, gaf
ook geen enkel signaal dat er gevaar was.
Na het ongeval werd Van der Vis opgezocht
door mensen van de Marine, die met hem de
zaak bespraken en de kaarten bekeken.
Zij constateerden op de kaart een groen cir-
keltje op de plek van het ongeval en hij wist
dus dat daar een oefengebied lag.
V.d. Vis vertelde hen dat de cirkel een mar-
kering was van daar liggende wrakken.
Tijdens de zitting van De Raad voor de
Scheepvaart over deze zaak meldde een
kapitein van de Mijnbestrijding als volgt:
‘Op 6 juli 1971 zijn er bij een oefening op de
bewuste plek twee dieptebommen in zee ge-
worpen, waarbij er één niet is ontploft.’
De voorschriften luidden dat elke niet-ont-
plofte mijn bij oefeningen werd gemeld.
Vervolgens werd middels een Bericht aan
Zeevarenden een niet-ontplofte mijn bekend-
gemaakt met vermelding van de ligging.
Geheel tegen de voorschriften werd het
voorval van 6 juli 1971 echter nooit gemeld.
De betreffende Marinekapitein deed het
tijdens zijn verhoor voorkomen alsof Van der
Vis binnen het oefengebied had gevist.
Uit de verhoren van de Marinemensen bleek
dat een dergelijk ongeval als met de TX35
nog nooit eerder was voorgekomen.
De uitspraak van De Raad voor de Scheep-
vaart was dat schippper Van der Vis op geen
enkele wijze schuld had aan de ramp.
De Marine kreeg wel een veeg uit de pan en
moest niet-ontplofte mijnen altijd melden.
|  |
|

|
| (c) Texelse Media. Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever is het niet toegestaan informatie, beeldmateriaal, foto's, nieuwsberichten en/of berichtgevingen die verstrekt worden via Texel-Plaza op enigerlei wijze te verspreiden, in welke vorm dan ook. |
|
| |      |