10 vragen aan... Joost Hoogenbosch

Door Judith Ploegman
Gepubliceerd: Woensdag 16 Mei 2018, 13:15 uur
2049 x bekeken
In een vorig interview gaf Casper de Graaf aan dat hij Joost Hoogenbosch graag terug zou zien in deze rubriek: “Joost heeft op dit moment drie mooie horecazaken en is dus iemand die zakelijk veel aan zijn hengel heeft. Daar heb ik respect voor, want het gaat niet vanzelf op deze wereld.”


Meer over Joost

Joost is 39 en getrouwd met Sarah. Ze hebben twee kinderen, Dennis van zeven en Danie van vier. Joost nam op zijn 28e restaurant Catharinahoeve over van zijn vader. In 2015 namen hij en Sarah paviljoen Vijftien over. In januari van dit jaar ging de eerste paal van Gastropaviljoen XV de grond in, op 28 april openden de deuren. Het gezin woont in het huis waar Joost geboren is, naast de Catharinahoeve.

Drie zaken, hoe doet hij dat?

“Met goed personeel. Elke zaak heeft een eigen bedrijfsleider en een eigen chef. Een aantal mensen werkt al tien jaar in het bedrijf: we zijn met elkaar en met het bedrijf meegegroeid. Paul Witte, de chef-kok van Gastropaviljoen XV, werkt al vier jaar bij ons. Ik weet waar ik op kan vertrouwen. Zelf rijd ik heen en weer. De nadruk ligt nu op het strand, met name op het nieuwe paviljoen. Zo’n nieuw concept is voor iedereen wennen. Dat is al doende leren en bijsturen, meer nog omdat het door het mooie weer meteen druk is. Nu moet de nadruk op het strand liggen, maar aan het eind van het jaar hoop ik meer tijd te hebben voor de Catharinahoeve. Ik wil moderniseren en hier en daar wat dingen veranderen, zonder de goede sfeer aan te tasten.”

Een jubileumjaar

Joost mag dan nu eigenaar zijn van drie horecazaken, hij wist als tiener niet goed wat hij wilde. “Ik was niet zo’n hoogvlieger op school. Op mijn 17e hield ik het voor gezien en ben ik op de Catharinahoeve aan het werk gegaan. Het was zeker niet vanzelfsprekend dat ik het bedrijf over zou nemen, mijn ouders lieten me daar vrij in, maar het liep zo. Ik heb eerst nog anderhalf jaar gedacht dat ik schipper zou worden en ging in Harlingen naar school, maar dat was het ook niet. Uiteindelijk deed ik een koksopleiding en haalde ik middenstandsdiploma’s. Tien jaar geleden nam ik de zaak van mijn vader over.” Een jubileumjaar dus. Maar tijd om te vieren is er niet: “Het is een half jaar heel hard werken, met de opbouw van een nieuwe zaak. We wisten waar we aan begonnen, maar hopelijk lukt het om in juni nog een weekje weg kunnen, voor het hoogseizoen begint.” Als het lukt, dat weekje in juni, dan gaat de reis naar Mallorca. Joost en Sarah gaan er regelmatig heen. “Naar hetzelfde hotelletje. De kinderen vinden het een fijne plek en ze weten er de weg. Als zij hun gang gaan, hebben wij ook echt even tijd voor elkaar. Ik ga er ook regelmatig heen om te fietsen.”

Niet één, maar honderdveertig strandhuisjes

“Ik was nooit zo’n strandganger, ik vond al dat zand overal maar niks. Dat we nu twee paviljoens hebben, komt door Sarah. Sarah wilde graag een strandhuisje. Toen we naar Westerslag gingen, waren de eigenaren er niet. “Kijk maar op de website”, zei het personeel. Zo kwamen we erachter dat het te koop stond. En nu hebben we honderdveertig strandhuisjes in plaats van één. Ik had het niet gedacht, maar het strand is mijn favoriete plek op het eiland geworden. Ik kom helemaal tot rust in ons strandhuisje, ook al staat ons bedrijf op dezelfde plek. Het is zo ontspannend aan zee.”

“Als ik iets wil, wil ik het nu”

“Ik ben impulsief. Als ik iets wil, wil ik het nu. Ik erger me aan de traagheid waarmee dingen gaan op het strand. Je moet overal achteraan bellen. Het zijn stroperige processen, daar iets voor elkaar krijgen. Een paviljoen dat het hele jaar open is bijvoorbeeld, maar waar we tegen het Hoogheemraadschap aanliepen. Of een opknapbeurt voor het parkeerterrein, waar de gemeente en Staatsbosbeheer over gaan. Het terrein is modderig, er staat troep, er zijn in tegenstelling tot op andere strandslagen geen elektrische laadpalen en rollators komen vast te zitten in het zand. Ik bruis van de ideeën, maar alles kost tijd, veel meer tijd dan op de Catharinahoeve. Terwijl de dingen toch echt snel kunnen: kijk maar naar de snelheid waarmee de koksopleiding uit de grond is gestampt. Soms moet ik echt ontladen. Ik kan veel bij Sarah kwijt, maar die zit natuurlijk ook niet te wachten op klaagzangen. Gelukkig heb ik het hart niet op de tong, ik kan goed dingen binnenhouden. En als ik het echt kwijt moet, ga ik fietsen.”

Is Sarah een rem op de impulsiviteit?

Joost moet lachen. “Was het maar waar! Sarah heeft zelf ideeën voor tien. Ze verzint nieuwe gerechtjes en veranderingen in de aankleding die ik dan tussen neus en lippen door even moet regelen. We deden de bedrijven samen, tot we er een paar jaar geleden achterkwamen dat Dennis diabetes heeft. Dat vraagt veel tijd en aandacht. Hij kan niet zomaar snoepen en niet zomaar sporten, dat moet ingeregeld worden. Het is voor nu rustiger als Sarah thuis is.”

Wielrennen

“Ik was wedstrijdwielrenner, maar dat staat nu even op een laag pitje. Vorig jaar kwam ik ten val. Ik belandde met mijn rug tegen een paal en brak beide armen en mijn schouder. In mijn helm zat een barst. Ik heb geluk gehad dat het zo afliep. Maar zo voelt het niet helemaal, dat revalideren was een lang proces. Mijn linkerhand beweegt nog steeds niet zoals het moet. Ik ben er niet door afgeschrikt, maar ik ben wel voorzichtiger geworden.”

In zijn vaders voetsporen

“Dennis wil ook wielrennen. Voorlopig is hij nog niet groot genoeg voor een racefiets. Hij heeft een mountainbike,waarmee ik met hem het bos tegenover ons huis in ga. Hij zit nu op voetbal. Ik probeer elke zaterdag te gaan kijken. Danie is wat voorzichtiger dan Dennis, ze fietst nog met zijwieltjes. We pushen haar niet, ze mag het op haar eigen tempo uitzoeken. Het is een druk, vrolijk meisje.”

Toekomstdromen

“Ik denk wel eens dat ik op mijn vijftigste de boel verkoop en iets heel anders ga doen. Maar wát ik dan ga doen, dat weet ik niet. Ik weet eigenlijk nog steeds niet wat ik wil worden. Wat dat betreft is er - op drie horecazaken na - weinig veranderd.”

Volgende gast

“Vincent van der Velde. Vincent is advocaat en heeft er expliciet voor gekozen om met zijn vrouw en drie kinderen naar Texel te verhuizen. Hij heeft een strandhuisje op Westerslag en is een graag geziene gast in onze paviljoens.”